Familiewapen van de familie Klerks DE GESCHIEDENIS

De geschiedenis van de familie Klerks & Persoon

Twee families, twee heel verschillende lotgevallen. De ene bleef eeuwenlang geworteld in dezelfde Brabantse klei; de andere raakte door het noodlot verspreid over drie werelddelen. Dit is het verhaal van hoe die twee lijnen, na lange omzwervingen, uiteindelijk bij elkaar kwamen.

De Klerksen: geworteld in de Elshoutse klei

Rond het jaar 1600 woonde in het dorpje Elshout, onder de heerlijkheid Oud-Heusden, een zekere Goossen Clerkx. Met wie hij trouwde is niet overgeleverd; wél dat zijn nageslacht in een ononderbroken lijn tot op de dag van vandaag doorloopt. Vanaf hem is er altijd een Klerks geweest.

Generatie na generatie bewerkten de Clerckxen de grond rond Elshout, Drunen, Baardwijk en Waalwijk, de rij dorpen die samen de Langstraat vormen. De naam veranderde met de eeuwen mee, van Clerckx naar Clerx naar Klerks, tot een rechter in 1882 de schrijfwijze voorgoed op "ks" vastlegde. Het waren katholieke boeren; hun namen staan in de doop-, trouw- en begraafboeken, en in een vergeeld verzoekschrift uit 1783, toen de ouderloze kinderen van Gerrit Clerx en Adriaantje Coenen een voogd kregen toegewezen.

De oudste originele stukken in dit archief reiken terug tot in de zeventiende eeuw. In maart 1685 kocht Jan Goossenss Clercx, een zoon van Goossen en een broer van stamvader Lambert, voor 265 gulden een huis met ruim drie hont land te Elshout. Jan bleef kinderloos, en toen hij daar overleed, verdeelden zijn neven en nichten in 1707 zijn nalatenschap door blinde loting. Die akte noemt hen één voor één: Goosen, Arien, Jan, Willem en "Leske", de kinderen van Lambert, samen met de Elshoutse akkers "in de Maeije" en "op de Schans" die zij onder elkaar verdeelden. In een sierlijk zeventiende-eeuws handschrift staat zo de vroegste kring van de familie zwart op wit.

Een blad uit de erfdeling van 1707
De aanhef van de erfdeling van 13 januari 1707, voor de schepenbank van Oud-Heusden, Elshout en Hulten. In sierlijk handschrift worden de erfgenamen één voor één opgesomd: Goosen, Marieke, Jan, Willem en Aart, de kring rond stamvader Lambert Clerckx.

Na die vroege achttiende-eeuwse deling bleef de familie gewoon waar ze was, generatie na generatie, op diezelfde klei. Ze kregen een bijnaam die de eeuwen zou overleven: "de Klaaien", een naam die vermoedelijk teruggaat op Johannes Kleijberg, met wie de weduwe Petronella van de Wiel omstreeks 1808 hertrouwde nadat Klerks-voorvader Adrianus Clerx was overleden; uit "Kleijberg" zou de bijnaam "Klaai" zijn ontstaan. Ze ploegden en oogstten, verloren veel van hun kinderen jong, en bleven. Godefridus de akkerbouwer, in zijn huis B.294 te Drunen. Zijn zoon Arnoldus, die trouwde met dienstbode Gijsberdina van Son. Diens zoon Leonardus, van wie een oude lijst met twaalf kinderen en een vijfentwintigjarig huwelijk bewaard is gebleven. En ten slotte Jan, ofwel Johannes, in 1914 geboren te Drunen, boer net als zijn voorouders. Vier eeuwen lang op één stuk grond: de Klerksen waren als een rivier die haar bedding nooit verliet.

Arnoldus Klerks & Gijsberdina van Son
Arnoldus Klerks (1843-1925) en Gijsberdina van Son (1849-1923).
Leonardus Klerks
Leonardus Klerks met zijn gezin bij het 25-jarig huwelijksfeest, omstreeks 1927. Achterste rij (v.l.n.r.): Nol, Diena (later Zuster Laurina), Anna (later Zr. Columba) en Lien. Voorste rij: Jan, Bart, Leonardus Klerks, Francijna Ballier en Siena. Foto: Heusden in Beeld

De Persoons: verstrooid door het noodlot

Bij de familie Persoon kon het contrast haast niet groter zijn. Hun lijn loopt door Noord-Holland en over de Duitse grens. Cornelis Persoon, in 1849 geboren te Bennebroek, was achtereenvolgens melkverkoper, tapper en landbouwer; tweemaal weduwnaar bracht hij rond Haarlem en Schoten een groot gezin groot. Zijn zoon Pieter, stoker op een stoomtrawler, trouwde met Anna Giesen uit het Duitse Dülken. Hun kinderen werden geboren waar het werk de vader bracht: in Gladbach, in Neuwerk, in Doverheide, in Spaarndam.

Pieter Persoon Anna Giesen
Pieter Persoon (1878-1951) en Anna Giesen (1882-1943).

En toen, in 1913, stortte alles ineen. In een huis aan het Visserseinde te Spaarndam viel het gezin uiteen. De zes kinderen, het jongste nog geen jaar oud, werden in erbarmelijke omstandigheden aangetroffen; de moeder vertrok, de vader verdween naar Duitsland, en een Haarlemse rechtbank ontnam beide ouders het ouderlijk gezag. De kinderen werden verzorgd en over verschillende pleeggezinnen verdeeld, en raakten zo uit elkaar.

De kinderen Persoon in 1913
De vijf oudste kinderen Persoon, omstreeks 1913 te Spaarndam, kort voordat het gezin uiteenviel. Van links naar rechts: Henk, Leo, Dina, Josef en Judith.

Sommige sporen bleven zichtbaar. De kinderen van de oudere broer Leo staken de oceaan over naar Palatine, in de Amerikaanse staat Illinois. En een meisje van drie, Henriëtte, in de familie "Dina" genoemd, kwam in een pleeggezin terecht en belandde, net als haar broer Leo, in de Langstraat. Maar twee van de jongens verdwenen volledig uit beeld.

Het mysterie van de verdwenen broers

Van de zes kinderen bleven er twee onvindbaar: Josef, geboren in 1903, en Henk, geboren in 1905. In het voogdijdossier van 1913 en in het latere speurwerk van Leo Klerks, die tot in 1986 en 1988 aan de Amerikaanse tak schreef, stonden beide broers eenvoudigweg als "vermist" aangetekend. Leo zocht hen jarenlang, maar vond niets. Uit de aktes blijkt echter waar de twee jongens terechtkwamen: op 29 augustus 1913 werden ze samen in het Haagse gesticht Groenestein geplaatst, van waaruit hun levens ver uiteenliepen.

Henk Persoon Josef Persoon
Henk Persoon (1905-1963) en Josef Persoon (1903-1933): de twee broers die zo lang "vermist" waren.

De jongste van de twee, Henk, was na de gezinsbreuk lang uit beeld, maar dook in 1927 vanuit Duitsland weer op in Amsterdam, waar hij bij zijn vader Pieter introk. Hij werd kunstschilder en trouwde in 1935 met Maria Hurkens; samen kregen zij een zoon, Hans. In de oorlog werd hij in Duitsland tewerkgesteld, en in juni 1944 werd zijn huwelijk ontbonden.

Enkele jaren later sloot hij zich aan bij de grote naoorlogse emigratiegolf van Nederlanders naar Australië. Rond eind april 1951 vertrok hij uit Rotterdam met het schip Sibajak, samen met Elizabeth Schuurhof, met wie hij zou trouwen; van hen beiden was het eerste huwelijk in diezelfde maand juni 1944 ontbonden. In juni 1951 kwamen zij in Melbourne aan, woonden eerst in Queensland en streken later neer in Dee Why bij Sydney. Ook zijn ex-vrouw Maria en hun zoon waren geëmigreerd, maar naar de staat Victoria, waar Maria in 1960 overleed. Henk zelf overleed in 1963 onder de verengelste naam Harry Peerson, in Sydney; zijn zoon groeide in Australië op onder diezelfde naam Peerson en trouwde met de Duitse migrante Inge Danger. Zo had een van de "vermiste" broers uiteindelijk aan de andere kant van de aarde geleefd.

De tweede, Josef, was juist dicht bij huis gebleven. Hij werd rijtuigschilder in Amsterdam en trouwde daar in 1929 met Emma Rosalie Bison, een jonge vrouw uit het Duitse Bottrop. Lang duurde zijn leven niet: hij overleed al in 1933, nog geen dertig jaar oud. Opmerkelijk genoeg waren beide verdwenen broers schilder geworden, ieder op zijn eigen plek, ver buiten het zicht van de familie.

Pas een eeuw later, dankzij de akten, foto's en stambomen die nu boven water komen, worden hun sporen weer opgepakt, en krijgen de twee namen die zo lang alleen "vermist" luidden, hun eigen verhaal terug.

Waar de twee lijnen samenkomen

En juist daar, in diezelfde strook Brabantse dorpen waar de Klerksen al driehonderd jaar boerden, groeide Dina op, vlak bij de diepgewortelde Klerks-zoon Jan. De rivier die haar bedding nooit had verlaten en het kind dat van ver was aangewaaid, kwamen zo naast elkaar terecht.

Op 27 augustus 1942, op zijn eigen achtentwintigste verjaardag, trouwde Jan Klerks in Drunen met Dina Persoon. Twee geschiedenissen, de ene van onwrikbaar thuishoren en de andere van verlies en omzwerving, vloeiden samen tot één gezin. Samen kregen zij acht kinderen.

Jan Klerks Dina Persoon met haar zus Judith
Jan Klerks als vrachtrijder voor Van Gend & Loos, met paard en wagen (ca. 1935), en Dina Persoon met haar zus Judith Persoon (augustus 1961).
Jan Klerks & Dina Persoon
Jan Klerks en Dina Persoon met drie kleinkinderen, omstreeks 1970.